In de serie Kennis van Stoffen lichten we beknopt de verschillende materialen en hun specifieke eigenschappen toe. In het eerste deel bespreken we de meest gebruikte stoffen voor overhemden.
PopelinePopeline is een eng geweven stof die net als rechte weefsoorten bestaat uit garen van hetzelfde formaat in ketting- en inslagrichting. Het verschil bestaat erin dat de popelinegarens in kettingrichting veel dichter zijn, vaak twee keer zo dicht als de garens in inslagrichting.
Oxford
Oxford is vaak een zwaardere stof dan popeline. Het gaat daarbij om een zachte en belastbare stof in platbinding met twee parallelle draden in kettingrichting en een dikker, gesponnen, grover garen in inslagrichting.

Fil-a-fil
Fil-a-fil stoffen zijn gemaakt van garens van twee verschillende kleuren. Dit leidt tot een buitengewoon kleureffect. Deze stoffen zijn van dun en comfortabel materiaal en zijn met name geschikt voor optisch effen overhemden.
Gabardine
Keperbinding is een weefmethode die voor een diagonaal patroon in de stof zorgt. Deze stoffen zijn zachter en daardoor resistenter tegen kreuken en ook belastbaarder dan stoffen van rechte weefsoorten.
Gemerceriseerde katoen
Bij het merceriseren wordt katoen uitgerekt en behandeld met geconcentreerde natronloog. Hierbij zetten de vezels uit, de dwarsdoorsnede verandert van niervormig tot rond en de lengte van de vezels wordt verkleind met wel 25%. Deze structuurveranderingen leiden tot een zijdeachtige, wasbestendige glans, betere verfeigenschappen, hogere vastheid en een betere vormstabiliteit.
Volledige twijn of 2-ply-stof
Bijzonder hoogwaardig garen ontstaat wanneer twee draden in elkaar worden gedraaid (getwijnd) en pas dan tot stof worden geweven. Deze 2-ply genoemde stoffen voelen zachter aan, zien er langer uit als nieuw en zijn goed te strijken. Bovendien maken ze fijnere patronen mogelijk, hebben een chique glans en ogen de kleuren mooier.
